Meditatie

Bij meditatie is er geen doel, niet iets dat bereikt moet worden. Het is niet ‘fout’ als je veel gedachten hebt. Het gaat er om dat je daarbij rustig aanwezig kunt zijn, ‘rusten in Zijn’ zoals dat in de zijnsoriëntatie genoemd wordt. Hoe meer je dat lukt, hoe meer je zult merken dat er openingen of leegtes komen. In deze leegtes kun je ‘Zijnskwaliteiten’ gaan ervaren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan liefde, lichtheid, ruimte, verbondenheid, helderheid etc. Deze kwaliteiten zijn altijd aanwezig, maar niet altijd zichtbaar door het rumoer van onze gedachten en gevoelens. Er kan ook meer ruimte ontstaan voor het contact met je eigen wijsheid, de stem die we vaak niet horen of waar we geen aandacht voor hebben doordat andere stemmen in ons zo hard roepen. Er kan je bijv. opeens iets invallen waar je van tevoren nog niet bij stil gestaan had.

Tips om te beginnen met mediteren

  • Zoek een vaste plek waar je rustig kunt zitten en niet gestoord wordt. Zet je telefoon uit.
  • Trek makkelijke kleding aan.
  • Kies (liefst) een vast tijdstip waarop je gaat mediteren, zodat het een plaats krijgt in de routine van je dagelijkse bezigheden.
  • Je kunt beginnen met korte meditaties van 5 of 10 minuten en dat geleidelijk uitbreiden naar 20 minuten.
  • Mediteren kan op een meditatiekussen of bankje, maar ook op een stoel. Kijk wat jij prettig vindt. Zorg dat je goed zit, met je rug recht.
  • Een goede manier om te beginnen met meditatie is om je lichaam als leidraad te nemen. Met je aandacht langs de lichaamsdelen: rechtervoet, enkel, onderbeen, knie, bovenbeen, via rechterbil naar linkerbil en verder naar de linkervoet. Voel dan de beide benen in zijn geheel. Vandaar naar het centrum van je buik, het hara, dat is het punt vanaf je navel 2 cm naar beneden en naar binnen. Blijf daar de beweging van je ademhaling volgen. Je kunt het ook uitbreiden door andere lichaamsdelen langs te gaan.
  • Probeer de meditatie met vriendelijkheid en aandacht te doen. Als je merkt dat je afgeleid bent, ga je terug naar het lichaamsdeel waar je gebleven was of terug naar je ademhaling.

Evt. van tevoren 5 minuten lichaamswerk doen: bewust en met aandacht de verschillende lichaamsdelen bewegen of ‘kloppend’ het hele lichaam langs gaan.